|
EXETER CATHEDRAL
Het orgel gezien vanuit het Choir (Copyright
Gerco Schaap - Baarn.)
TOELICHTING (copyright: Gerco Schaap)
De kathedraal van Exeter werd in 932 als kloosterkerk gesticht door koning Aethelstan, en aan de heilige Petrus gewijd. In 1050 werd Exeter bisschopsstad en van 1112 tot 1206 ontstond op dezelfde plek een groot gebouw in Normandische stijl, waarvan de torens als zijbeuk van de huidige kathedraal fungeren. De verbouwing en vergroting van de kerk begon in het zuidelijke deel omstreeks 1270. Amper 100 jaar later werd het imposante westfront voltooid. De figuren bovenaan werden pas tegen het einde van de 15e eeuw aangebracht. Zij weerspiegelen de middeleeuwse opvattingen over hiërarchie: om de koningen Aethelstan, Aethelbert, Alfred en Willem heen scharen zich de evangelisten, de apostelen, de patriarchen en de profeten. De binnenkant van de kathedraal is gotisch opgezet. De dicht bij elkaar geplaatste bundelpijlers bepalen samen met het waaiervormig opgezette gewelf en het stenen oxaal uit 1320 de ruimte. Tegenover de ingang bevindt zich de door bisschop Grandison opgerichte Minstrels' Gallery, waarop een aantal engelen diverse muziekinstrumenten bespeelt.![]()
'John Loosemore made this organ 1665' staat er aan de koorzijde in gouden letters op de indrukwekkende orgelkas te lezen. Vijf jaar eerder waren de Dean and Chapter naar de kathedraal teruggekeerd nadat het gebouw in voorgaande jaren door Cromwells soldaten was geplunderd en het oude orgel was vernield. [They] "brake downe the organs, and taking two or three hundred pipes with them in a most scorneful and contemptuous manner went up and downe the streets piping with them; and meeting with some of the Chorisers of the Church, whose surplices they had stolen before, and employed them to base servile offices, scoffingly told them: 'Boys, we have spoyled your trade, you must goe and sing hot pudding pyes "'
De Dean and Chapter gingen voortvarend aan het werk en betaalden sommen geld aan arme mensen uit de omgeving die pijpen uit het voormalige orgel hadden gered en aan de kerkelijke autoriteiten teruggaven. Genoemde John Loosemore, zoon van de plaatselijke orgelbouwer Loosmore, was in feite bouwopzichter van de kerk; zijn naam wordt bij diverse uitgaven in het rekeningenboek genoemd die niets met het orgel te maken hebben.Niettemin wordt John Loosemore er in 1662/63 opuit gestuurd om materiaal voor een nieuw orgel te verzamelen. Ook worden zijn reiskosten naar Salisbury vergoed, waar hij in 1664 het orgel van Thomas Harris in de kathedraal gaat bekijken. In 1665 komt het nieuwe orgel gereed. Het heeft als bijzonderheid een 'Double Diapason' met een lengte die nog in geen enkel ander Engels orgel voorkomt.
Loosemore stierf in 1681; zijn gedenksteen is nog altijd te zien in de vloer bij de ingang van de zuidelijke koorbeuk: "Here lies in hope of the Resurrection, John Loosmore, sometime the very faithful Keeper to the Dean and Chapter of this Church and easily the chief amongst craftsmen of his kind. May this majestic organ placed nearby, be a perpetual monument of his Art and Genius, He died April 18th, 1681, in the 68th year of his age. " Van John Loosemore's orgel bleef uiteindelijk alleen de kas bewaard.
Ten tijde van Samuel Sebastian Wesley's organistschap aan de kathedraal (van 1835 tot 1841) werkte William Gray uit Londen aan het orgel. Hij vergrootte het Swell Organ en plaatste 24 Open Diapason-pijpen voor het pedaal. In 1859 werd Henry Willis erbij geroepen; hij verwijderde de klaviatuur, die toen nog tussen de beide kasten in stond, en plaatste deze aan de zijkant, zodat de organist voortaan zowel diensten in het schip als in het koor kon begeleiden.
In 1876 vermeldt de historie een herbouw door de fa. Speechley and Ingram. Enkele jaren later zouden de laatste nog resterende delen van Loosemore's pijpwerk worden omgesmolten. Het orgel telde intussen 31 stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal.
In 1891 werd het orgel geheel herbouwd en vergroot. De grootste zestien pijpen van het 32 voets pedaalregister kwamen in het zuidertransept te staan, waar ze heden ten dage nog te zien zijn. De orgelkas werd iets omhooggebracht en er werd een westfront in aangebracht, vrijwel identiek aan de kas aan de oostzijde. In 1932 werd besloten het orgel andermaal te laten herbouwen. Er ontstond een heuse polemiek in The Times over de vraag of het nieuwe orgel niet van zijn dominante positie op het oxaal gehaald diende te worden. De bouwopdracht werd uiteindelijk aan de firma Harrison & Harrison uit Durham verleend.
Na opgelopen schade door een Duitse luchtaanval op 4 mei 1942, werd het orgel in 1965 door Harrison & Harrison gerestaureerd.
| Choir Organ
Lieblich Bourdon 16' Lieblich Gedackt 8' Viola 8' Lieblich Flute 4' Nazard 2 2/3' Open Flute II Tierce 1 3/5' Twenty Second 1' Cimbel III |
Great Organ
Double Open Diapason 16' Open Diapason I 8' Open Diapason II 8' Stopped Diapason 8' Dulciana 8' Principal 4' Harmonic Flute 4' Twelfth 2 2/3' Fifteenth 2' Mixture IV Sharp Mixture III Double Trumpet 16' Trumpet 8' Clarion 4' Choir to Great Swell to Great Solo to Great |
Swell Organ
Quintadena 16' Open Diapason 8' Stopped Diapason 8' Salicional 8' Voix Celestes TC 8' Principal 4' Flute 4' Twelfth 2 2/3' Fifteenth 2' Mixture IV Contra Fagotto 16' Hautboy 8' Cornopean 8' Clarion 4' Tremulant Octave Sub Octave Unison Off Solo to Swell |
| Solo Organ
Viole d'Orchestre 8' Claribel Flute 8' Viole Octaviante 4' Harmonic Flute 4' Piccolo 2' Corno di Bassetto 8' Orchestral Oboe 8' Vox Humana 8' Tuba 8' Trompette Militaire* 8' Tremulant * in the Minstrel' Gallery |
Pedal
Contra Violone 32' Open Diapason 16' Violone 16' Bourdon 16' Quintadena (Sw.) 8' Octave 8' Violoncello 8' Flute 4' Fifteenth 4' Octave Flute 4' Mixture II Trombone 16' Choir to Pedal Great to Pedal Swell to Pedal Solo to Pedal |
