The Beauty of the British Organ       Programma 2000       Vrijdag 20 oktober

READING TOWN HALL

TOELICHTING  (copyright: Gerco Schaap)
Het orgel in Reading Town Hall is één van de weinige totaal ongeschonden bewaard gebleven instrumenten van Father Willis. In 1864 werd aan Willis de opdracht gegeven voor de bouw van een drie manuaals orgel (met enige gereserveerde stemmen) voor de oude Town Hall in Reading. Het officiële inwijdingsconcert werd gepland in oktober 1864 en ondanks de verzekering van Willis en zijn personeel dat het orgel voor die tijd geheel bespeelbaar zou zijn, waren de werkzaamheden tijdens de overdracht nog lang niet voltooid (alleen het Great Organ was klaar). De inspeling werd verzorgd door Samuel Sebastian Wesloy, organist van Winchester Cathedral en een persoonlijke vriend van Willis.
Het orgel was een geschenk aan de stad Reading van de Philharmonic Society. Tijdens de ingebruikname was het podium (waarop het orgel was geplaatst) zo zwaar beladen met bezoekers, dat de vloer begon te verzakken. Het gevolg hiervan was dat de mechaniek van het orgel geheel ontregeld raakte, waardoor het onbespeelbaar werd. Wesley deed zijn best, maar hij kreeg de toetsen niet naar beneden en er kwamen slechts enkele vage geluiden uit de orgelkas. Tijdens de uitvoering van enkele delen uit de Schöpfung had Willis de tijd de tractuur bij te stellen, waarna Wesley nog de 'St.-Anno' fuga van Bach speelde, en improviseerde. Om de teleurgestelde bezoekers enigszins tegemoet te komen, werden goedkope kaartjes verkocht voor een volgend concert van Wesley; het orgel werd in de tussentijd voltooid.
In 1879 werd het orgel gedemonteerd, omdat er opdracht was gegeven voor de bouw van een nieuwe Town Hall. In de nieuwe grote zaal zou het orgel worden herplaatst, nu met de gereserveerde stemmen en een geheel nieuwe eiken kas met prachtig snijwerk en blinkende frontpijpen met een hoog tingehalte.

Het Willis-orgel  ( foto uit brochure van de Town Hall)

Omdat de nieuwe Town Hall veel groter was dan de vorige, werd het orgel geheel geherintoneerd op hogere winddruk en werd het opnieuw uitgebreid met enkele stemmen. Het oude Solo Organ werd omgebouwd en herzien als Choir Organ (eerste manuaal) en een nieuw Solo Organ (vierde manuaal) werd toegevoegd. Op 31 mei 1882 vond de officiële ingebruikname plaats, nu met een concert door Sir Walter Parrat. Daarna werd het orgel met rust gelaten, het werd regelmatig gestemd en enige malen schoongemaakt.
In 1933 stelde Henry Willis III voor, het orgel te voorzien van enkele strijkers en een 16 voets tongwerk op het Swell, een zwelkast om het Choir en de uitbreiding hiervan met enkele mutatiestemmen en de ombouw naar elektro-pneumatische tractuur met een vrijstaande speeltafel. Hoewel bekend is dat Willis III veel respect had voor het werk van zijn grootvader, zijn deze werkzaamheden gelukkig niet uitgevoerd. In plaats daarvan werd het orgel in 1936 schoongemaakt en hersteld.
In 1947 werd de toonhoogte van het orgel aangepast, wat gepaard ging met het opschuiven van pijpen (mogelijk had dit invloed op de klank). In 1964 werd de 'hitch-down' zwelinrichting vervangen door een basculetrede en in 1967 werd het pedaalklavier vernieuwd en een in hoogte verstelbare orgelbank geplaatst.
In de jaren '70/'80 was er grote onzekerheid over de, toekomst van de Town Hall en het Willis-orgel. Afbraak van de Town Hall en verkoop van het Willis orgel werd ernstig overwogen. Er werden echter acties op touw gezet om gebouw en orgel als geheel te behouden. De Town Hall bezit een uitzonderlijk goede akoestiek, die het orgel in de meest ideale omstandigheden laat horen. Uiteindelijk overleefde de Town Hall deze donkere periode en word in de jaren '90 geheel gerestaureerd. Duidelijk was, dat ook het orgel toe was aan een grote restauratie. Deze restauratie werd grotendeels met 'lottery'-geld betaald en uitgevoerd door de firma Harrison & Harrison uit Durham. Aan projecten die door de 'lottery' worden betaald, zijn strenge regels verbonden, die erop neerkomen dat aan een monumentaal object met zoveel mogelijk respect moet worden gewerkt. In Reading betekende dit een herstel van de originele 'hitch-down' zwelinrichting en de oorspronkelijke toonhoogte. Ook de versleten, zware en rammelende tractuur (met Barker- machines) werd weer optimaal hersteld. De werkzaamheden aan het orgel werden in 2000 voltooid en het orgel klinkt nu weer optimaal en in zijn oorspronkelijke toestand.

DISPOSITIE
 Choir Organ (manuaal 1) 
 Lieblich Gedact    8'
*Viol d'Amore       8'
 Salicional         8'
 Flute Harmonique   4'
 Piccolo Harmonique 2'
 Corno di Bassetto  8'
 Oboe               8'
 Great Organ (manuaal 2)
*Double Diapason  16'
 Open Diapason I   8'
*Open Diapason II  8'
 Claribel Flute    8'
 Principal         4'
 Flute Harmonique  4'
 Twelfth       2 2/3'
 Fifteenth         2'
 Mixture         III
 Posaune           8'
*Clarion           4'
 Swell Organ (manuaal 3) 
 Double Diapason 16'
 Open Diapason    8'
 Stopped Diapason 8'
 Principal        4'
 Piccolo          2'
 Sesquialtera   III
 Cornopean        8'
 Hautboy          8'
*Vox Humana       8'
*Clarion          4'
 Solo Organ (manuaal 4)
*Hohl Flute         8'
*Concert Flute      4'
*Orchestral Oboe    8'
*Tuba               8'

 Pedal Organ
 Open Diapason     16'
*Violone           16'
 Bourdon           16'
 Principal          8'
*Ophicleide        16'

Couplers
Solo to Great 
Swell (to Great) Super 
Octave Swell (to Great) 
Sub Octave Swell to Great 
Choir to Great 
Solo  to Pedals 
Swell to Pedals 
Great to Pedals 
Choir to Pedals
Accessories 
Trernulant to Sweil (foot lever) 
4 composition pedals to Pedals + Great 
3 compostion pedals to Sweil 
Reversible Great to Pedals foot control 
Lever Swell 

Compasses 
Manuals   C-a' 
Pedals    C-f' 

* = Stemmen geheel of gedeeltelijk nieuw in 1882


laatste bewerking : 07-11-2000