|
TRURO CATHEDRAL
TOELICHTING (copyright: Gerco Schaap)
De kathedraal van Truro werd in de jaren 1880- 1910 gebouwd naar een ontwerp van de architect John Loughborough Pearson. De grote kathedraal met zijn rijzige torens is een schoolvoorbeeld van het werk van Pearson; de nadruk ligt op verticale lijnen. Door rondom de kathedraal kleinere gebouwen en kapellen te plaatsen werd de nadruk op de grootsheid van de kathedraal en de hoogte van de torens versterkt.
Voor de nog onvoltooide kathedraal werd in 1887 een orgel gebouwd door 'Father' Henry Willis. Het ontwerp en de dispositie zijn bijna identiek aan het orgel dat Willis bouwde voor de St. Michael's Church te Coventry (later de kathedraal). Het heeft de kenmerkende eigenschappen van het werk van Willis: tertsmixturen op Great en Swell, karakteristieke gedekte fluiten op het Choir en een bescheiden bezet, maar groots klinkend pedaal. Het instrument werd per boot naar Cornwall vervoerd en in een speciaal geconstrueerde 'chamber' geplaatst, die een zeer gunstige invloed op de klankuitstraling heeft. Ten tijde van de opbouw van het orgel was het schip van de kerk nog niet gebouwd. Willis intoneerde het orgel voor een ruimte die er nog niet was en is hierin meesterlijk geslaagd. De speeltafel was op het balkon bij het orgel geplaatst, de tractuur was mechanisch - met Barker-machines - en gedeeltelijk pneumatisch. Doordat het orgelbalkon 12 meter boven de kerkvloer ligt, was contact tussen organist en koordirigent vrijwel onmogelijk. De mechanische betrouwbaarheid van het orgel was echter groot en voldeed zonder problemen tot 1963, toen een restauratie nodig werd.
|
Er werd een orgelcommissie opgericht waarin o.a. Henry Willis III,
Sir John Dykes Bower (de vroegere organist) en Roger Yates zitting hadden.
Allen waren het erover eens dat het orgel in klanktechnisch opzicht moest
blijven zoals het was; de grandeur van het werk van Father Willis was niet
te overtreffen. Om het contact met het koor te vergroten werd een nieuwe
elektrische speeltafel geplaatst op een speciaal ontworpen galerij boven
de koorbanken. Hierdoor kreeg de organist niet alleen een beter contact
met het koor, maar kon hij ook beter de balans van het orgel zelf beoordelen.
Alle windladen, balgen en pijpwerk werden ongemoeid gelaten. De speeltafel
werd voorzien van diverse pistons om het registreren te vergemakkelijken.
De bediening van de slepen werd elektro-pneumatisch.
In 1991 werd een totale restauratie van het orgel noodzakelijk, ook de onderdelen die in 1963 niet waren nagezien moesten nu worden aangepakt. Het werk werd toevertrouwd aan de firma N.P. Mander Ltd. uit Londen. Opnieuw werd met de grootste zorg met het werk van Father Willis omgesprongen. De windiaden werden in Londen gerestaureerd, de balgen opnieuw beleerd en het pijpwerk werd schoongemaakt en waar nodig gerepareerd. Ook het inmiddels verouderde elektrische systeem werd geheel vernieuwd. Alle kabels, magneten en contacten werden vernieuwd en de speeltafel werd voorzien van een solid-state combinatietractuur. De eiektro-pneumatische sleepmotoren werden vervangen door direct elektrische sleepmotoren ('drawstop solenoids'). De ombouw van de speeltafel en alle ivoren delen (registerknoppen en toetsbeleg) werden met zorg gerepareerd en gehandhaafd, terwijl inwendig alles werd vernieuwd. De enige wijziging die in het orgel plaatsvond, is de verplaatsing van de Tuba 8' van het Solo. Doordat dit register ver achterin het orgel was geplaatst, had het nooit het beoogde effect gehad. Om de klankuitstraling te verbeteren werd dit register op een nieuwe lade voor in het orgel geplaatst. De originele lade van de Tuba werd uit respect voor Willis gerestaureerd en op de oorspronkelijke plaats gelaten, zodat deze wijziging eventueel later weer ongedaan gemaakt kan worden. |
Het orgel staat bekend als één van de mooiste en gaafst bewaard gebleven instrumenten van Father Willis en wordt om zijn klankrijkdom alom geroemd. W.L. Sumner schreef in zijn standaardwerk The Organ (1952) "It is not easy, even today, to think how the magnificence of the Willis organ in Truro Cathedral could be improved". Sir John Dykes Bower, organist in Truro van 1926 tot 1929 en later organist van de St. Paul's Cathedral te Londen, noemde het orgel 'The Little Giant'. Van hem is bekend dat hij niet met 'droge ogen' over het orgel van Truro kon praten!
| Choir Organ
Gamba 8' Dulciana 8' Lieblich Gedackt 8' Hohl Flöte 8' Lieblich Flöte 4' Gemshorn 4' Piccolo 2' Corno di Bassetto 8' |
Great Organ
Double Open Diapason 16' Open Diapason 8' Open Diapason 8' Claribel 8' Principal 4' Flute Harmonique 4' Twelfth 2 2/3' Fifteenth 2' Mixture 17,19,22 III Double Trumpet 16' Tromba 8' Clarion 4' |
Swell Organ
Geigen Principal 16' Open Diapason 8' Lieblich Gedackt 8' Echo Gamba 8' Vox Angelica 8' Geigen Principal 4' Flageolet 2' Mixture 17,19,22 III Contra Fagotto 16' Hautboy 8' Vox Humana 8' Cornopean 8' Clarion 4' |
| Solo Organ
Harmonic Flute 8' Concert Flute 4' Orchestral Oboe 8' Clarinet 8' Tuba 8' |
Pedal Organ
Double Open Diapason 32' Open Diapason 16' Violone 16' Bourdon 16' Octave 8' Violoncelio 8' Ophieleide 16' |
Couplers
Choir to Pedal* Great to Pedal* Swell to Pedal* Swell to Pedal 4' Solo to Pedal* Solo to Pedal 4' Swell to Choir* Solo to Choir* Choir to Great* Swell to Great 16' Swell to Great* Swell to Great 4' Solo to Great * Reversibles |
| Speelhulpen
Divided Pedal* Great and Pedal combinations coupled* Full Organ* Generals on Swell toe pistons Pedal Double Open Diapason 32* Pedal Ophicleide* Six thumb pistons to Choir plus cancel
|
||
De speeltafel (copyright Gerco Schaap, Baarn)