******
Amsterdam, H. Willibrordus buiten de Veste
Homepage        Orgels in Gebruik         Verdwenen Orgels / Kerken
Het Koororgel  1890 - 1968

1890 - Gebouwd door P.J. Adema op een noodoxaal tegen de toen nog bestaande tijdelijke westwand van het priesterkoor. Het instrument heeft 13 stemmen + 2 reserveplaatsen, aangehangen pedaal, sleepladen en mechanische tractuur.
1892 - Het orgel wordt gedemonteerd en na plaatsing van een houten hulpschip tegen de stenen kerk weer opgebouwd in dit hulpschip.
1904 - Na het gereedkomen van transept en schip wordt het orgel verplaatst naar de oostwand van het zuidertransept. Het wordt bij die gelegenheid vergroot tot 18 stemmen en vier gereserveerde plaatsen. Tevens wordt het front opnieuw opgezet naar een ontwerp van Jan Stuyt.

Dispositie 1904
* = uit 1904        \ = gereserveerd
 I Hoofdwerk
*Prestant       16'
 Bourdon        16'
 Prestant        8'
 Holpijp         8'
*Fluit harmoniek 8'
 Salicionaal     8'
 Octaaf          4'
 Fluit douce     4'
*Cornet          V
 Mixtuur    II-III
 Trompet         8'
II Reciet
Viola af c°         8'
Vox Coelestis af f° 8'
Bourdon             8'
Fluit harmoniek     4'
Piccolo             2'
 Pedaal
*Contrabas 16'
\Subbas    16'
*Openbas    8'
\Cello      8'
\Open Fluit 4'
\Bazuin    16'

Speelhulpen
Koppel
 I + II met barker 
 P + I 
 P + II

Tractuur: HW en Ped pneumatische membraamladen 
          Reciet mechanisch 
In de loop der tijd worden plannen gemaakt voor een groot orgel op de tribune aan de westkant van het schip. Een van de plannen gaat ervan uit dat het pijpwerk van het koororgel zal worden geïntegreerd in het nieuwe hoofdorgel. In het archief van de firma Adema-Schreurs bevindt zich nog een schetsontwerp van het nieuwe hoofdorgel met daarbij aangegeven de "reeds aanwezige stemmen".
Uiteindelijk kiest men ervoor het koor-orgel te laten staan en aan te passen teneinde het vanaf het hoofdorgel bespeelbaar te maken.

1922 - Door Joseph Adema wordt het orgel gepneumatiseerd en verkleind tot 10 stemmen. Hierbij worden voorzieningen getroffen teneinde  het bespeelbaar te maken vanaf het vierde manuaal van het nieuw te bouwen hoofdorgel.

Dispositie 1922
I Groot Orgel
Principaal 16'
Prestant    8'
Salicionaal 8'
Holpijp     8'
Octaaf      4'
II Reciet expr. 
Viola             8'
Vox coelestis     8'
Bourdon           8'
Roerfluit         4'
Trompet harmoniek 8'

Pedaal
Open Bas (tr.) 16'

Speelhulpen
Koppel
   I + II 
   P + I 
   P + II 
   Suboctaaf I 
   Suboctaaf II 
   Superoctaaf II 
Vrije combinatie + oplosser 
Vaste conbimatie : 
  PP - P - MF - F - T 
  Oplosser 
1968 - Door Adema's kerkorgelbouw van 1854, H. Schreurs wordt het orgel overgeplaatst naar de RK kerk St. Joannes de Dooper, eveneens in Amsterdam. Hierbij worden dispositie en front gewijzigd.


laatste bewerking: 21-05-2002
bronnen: