Het ontwerp van de orgelkas is op een bijzondere manier tot stand gekomen.
De jongste zoon van Piet Adema, Joseph, was in opleiding voor kunstschilder
op het Quellinus-college te Amsterdam. De klas waarin Joseph zat kreeg
als opdracht het ontwerpen van een orgelfront, waarbij het winnende ontwerp
zou worden gebouwd in Pijnacker. Paul Gabriël kwam als beste te voorschijn.
Zoals wel vaker het geval was, werd het maken van de orgelkas uitbesteed
aan Nico Adema te Franeker, een broer van de orgelbouwer.
Het uiteindelijke front wijkt op een aantal punten af van het ontwerp.
In de tekening hiernaast zijn de pijpenvelden genummerd van 1 t/m 5. De
velden 1 t/m 4 bevatten sprekende pijpen, d.w.z. dat deze pijpen ook daadwerkelijk
geluid geven. Veld 5 bestaat uit zogenaamde "stomme pijpen", welke louter
voor het zicht aanwezig zijn en geen klinkende functie hebben. De verschillen
zijn: |
 |