Het orgel door de jaren
heen
Het onderhoud van het orgel is altijd in handen gebleven van
de firma Adema. Ook de grotere werkzaamheden zijn altijd door deze firma
uitgevoerd.
Slechts éénmaal werd overwogen het gehele orgel te vervangen
i.p.v. te restaureren. Hierbij was sprake van de aanschaf van een zg. "Dereux-orgel",
een elektronisch instrument wat gebruik maakte van op optische schijven
vastgelegde klanken van bestaande pijporgels. De toenmalige organist van
de kerk, Nol van der Helm, wist het kerkbestuur er echter van te overtuigen
dat het Adema-orgel kwalitatief dermate goed was dat restauratie zeer de
moeite waard zou zijn. Daarmee was eventuele vervanging van de baan en
koos het kerbestuur voor restauratie.
Hierna volgt een overzicht van de meest ingrijpende en/of opmerkelijke
gebeurtenissen uit de afgelopen honderd jaar.
Een doorbuigende vloer
Tot voor kort werd aangenomen dat het orgel in de loop der tijd door
"ouderdom" enigszins scheef was komen te staan. Uit de archieven kwam echter
een geheel ander verhaal naar voren. De achterste helft van de orgelkas
staat namelijk in de toren en rust dus op de stenen vloer hiervan. De voorste
helft van de kas steunt echter op de vloer van de koorzolder. Deze houten
vloer is door het gewicht van de laden en pijpen enigszins doorgebogen,
zodat de kas scheef kwam te staan. Op de oudste bewaarde rekening betreffende
het orgel, welke dateert uit 1907, staat al vermeld dat wegens deze doorbuiging
de mechaniek in het ongerede was geraakt en hersteld moest worden.
Een elektrische windvoorziening
Nadat zowel het Gemeentehuis als de Dorpskerk van "electrisch licht"
waren voorzien, vond het kerkbestuur dat zij niet achter kon blijven :
men kon wel eens gaan denken dat de RK Kerk tegen electriciteit was! Dus
werd besloten kerk en pastorie op het electriciteitsnet aan te sluiten.
Dit opende de mogelijkheid om ten behoeve van de windvoorziening van
het orgel voortaan een electrische ventilator te gebruiken. Tot die tijd
was altijd een orgeltrapper nodig, welke beurtelings de twee schepbalgen
in moest trappen om het instrument van wind te voorzien, een vermoeiend
werk dat jarenlang door S. Frentsch werd verricht.
In 1919 was het dan zover. Door T. Kemp uit Pijnacker, zich op de rekening
noemend "Mr. loodgieter, Zinkwerker, leidekker & Pompenmaker" werd
een "Motor Lijding gelegd". Het tijdperk van de orgeltrapper was hiermee
afgesloten. De originele schepbalgen en de trapinrichting zijn nog steeds
aanwezig maar niet meer aangesloten. Wie deze ventilator heeft geplaatst
is niet bekend. De firma Adema, die het orgel in onderhoud had, brengt
alleen het standaardbedrag voor stemmen in rekening en rept met geen woord
over de windvoorziening.
Financieel gezien was dit geen slechte investering. Tot dan toe betaalde
men aan de orgeltrapper jaarlijks een bedrag van ƒ 25,-, welke post
nu kwam te vervallen. Hiervoor in de plaats kwamen de kosten voor electriciteit.
Dit bedrag was echter aanzienlijk lager : In het jaar 1921 werd een
bedrag van ƒ 2,40 voor "electrisch licht orgel" betaald, zijnde 12 maanden
à 20 cent!
Het aanbrengen van een zwelkast
In 1924 vinden voor de eerste keer grotere werkzaamheden plaats. Wat
er precies gedaan wordt weten we niet, aangezien het contract niet meer
aanwezig is. Wel is duidelijk geworden dat er om het pijpwerk van het tweede
klavier, het Reciet, een zwelkast is aangebracht. De aangebrachte trede
had dezelfde lepelvorm als de reeds (en nu nog) aanwezige koppeltreden.
Ook is een rekening bewaard gebleven van het Haagse bedrijf Bouvy &
Co, zich noemende de "Eerste Nederlandsche Fabriek van Electrische Windmachines
voor Kerkorgels en Electrische Klokluidinrichtingen". De werkzaamheden
houden in het nazien van de windmachine, het beproeven van een nieuwe motor
en herstelling van de electrische leiding.
Voorstel tot ombouw en pneumatisering
Toen ons orgel werd gebouwd, werd er reeds geruime tijd geëxperimenteerd
met andere speelsystemen om de speelaard lichter te maken. In hetzelfde
jaar waarin ons orgel werd opgeleverd, bouwde P.J. Adema zijn eerste pneumatische
orgel in Uitgeest. De mechanische verbinding tussen toets en windlade,
bestaande uit dunne houten latjes, de zg. abstracten, en een aantal
metalen winkelhaken bij de draaipunten, werd hierbij vervangen door een
systeem met buizen, waarbij met behulp van luchtdruk na het indrukken van
een toets het bijbehorende ventiel werd geopend.
Na enkele tientallen jaren was de mechanische tractuur vrijwel geheel
verdrongen door de pneumatiek.
Geheel in de geest van deze ontwikkeling doet Joseph Adema in 1929
dan ook een voorstel het in zijn ogen verouderde (mechanische) systeem
te vervangen door een moderne pneumatische inrichting volgens de nieuwste
kegel, buizen en membraamsystemen. Gezien de totaal andere technische aanleg
was het hierbij noodzakelijk zowel windladen als speeltafel door nieuwe
exemplaren te vervangen. De windvoorziening bleef gehandhaafd evenals het
pijpwerk, dat in goede conditie verkeerde. Wel werden enkele registers
omgewisseld en werd het
orgel uitgebreid met een Violine 4'. De nieuwe dispositie zou worden:
I Manuaal
Bourdon 16'
Prestant 8'
Salicionaal 8'
Fluit harmoniek 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Mixtuur II-III-IV |
II Récit
Bourdon 8'
Viola
8'
Vox Coelestis 8'
Fluit harmoniek 4'
Violine 4'
Piccolo 2'
Trompet 8'
Fagot-Hobo 8'
Tremulant |
Pedaal
Subas 16'
Openbas 8' |
Treden boven het pedaal
Koppelingen
Manuaal - Pedaal
Récit - Pedaal
Récit - Manuaal
octaaf grave Récit |
Drukknoppen onder het klavier
Vaste combinaties
PP
P
MF
F |
|
Of dit nu te duur werd bevonden ofwel dat men een dergelijke
ombouw niet nodig vond, in ieder geval is het kerkbestuur op dit voorstel
niet ingegaan.
De restauratie van 1953
Aan het begin van de vijftiger jaren was het noodzakelijk geworden
om een grote reparatiebeurt te laten uitvoeren. Hierbij werden tevens enkele
wijzigingen doorgevoerd. In het kort waren de werkzaamheden als volgt:
Schoonmaken : Al het pijpwerk wordt uit het orgel genomen, schoongemaakt
en waar nodig gerepareerd. Tevens worden de windladen gereinigd en waar
nodig hersteld.
De zwelkast van het tweede klavier wordt verwijderd.
De grootste pijpen van de Viola, die om in de zwelkast te passen waren
verkropt, worden afgezaagd en zonder verstek weer recht gemaakt.
De klavieren worden gedemonteerd, opnieuw bevilt en, tezamen met de mechaniek,
opnieuw gesteld.
De boringen in de slepen, sponsels en stokken in de discant van de hoofdwerklade
worden opgeboord.
De 24 grootste pijpen van de Bourdon/Subbas worden uit het orgel genomen
en geplaatst op een pneumatische windlade buiten de orgelkas tegen de zijmuur
van de toren. Deze lade krijgt zijn wind direct uit de hoofdbalg.
Het pijpwerk van de Piccolo 2' wordt in de discant vernieuwd, omdat het
bestaande pijpwerk "niet voldoende timbre bezit en meer staat te blazen
dan spreekt".
Uitbreiding van het tweede klavier met een Sexquialter 1-2 sterk, waarbij
het pijpwerk correspondeert met de reeds aanwezige openfluitstemmen.
Plaatsing van een nieuwe windmachine, waarbij tevens een nieuw reguleerventiel
wordt aangebracht. Deze windmachine, welke nog steeds in gebruik is, maakt
1430 omwentelingen per minuut en levert 10m3 wind per minuut bij een druk
van 120mm WK.
 |
De 24 grootste pijpen van de Subbas 16'
zijn sinds 1953 tegen de torenwand geplaatst.
Een strenge vorstperiode
In 1963, een jaar met een zeer strenge winter, loopt het orgel grote
schade op. Wegens de lange vorstperiode en het bijbehorende stoken was
het hout van de windladen sterk gaan krimpen en trad windverlies op. Het
zou echter nog tot 1966 duren voordat er een voorstel komt voor de werkzaamheden
aan het orgel.
Behalve restauratie van de windladen komt tevens een wijziging in de
dispositie ter sprake. In de tijd dat het instrument werd gebouwd was het
gebruikelijk het pedaal van weinig registers te voorzien. Daarom wordt
voorgesteld een zelfstandig pedaal te plaatsen achter de lade van het tweede
klavier en de orgelkast daartoe te vergroten. Tevens zou het Hoofdwerk
met twee registers worden uitgebreid en bij het Reciet de Fluit harmoniek
worden vervangen door een Quintadeen 8'.
Aangezien op dit voorstel niet werd ingegaan, volgde in 1975 een nieuw,
soberder voorstel, waarbij de toevoeging van het pedaal en de uitbreiding
van het Hoofdwerk waren vervallen. Wel werd voorgesteld de Mixtuur van
2-3-4 sterk ook in de bas op 4 sterk te brengen.
Uiteindelijk werden alleen de windladen gerestaureerd en werden de
onderste twee octaven van de Piccolo vervangen door nieuw pijpwerk.
De negentiger jaren
Als in het begin van de negentiger jaren het kerkgebouw wordt gerestaureerd,
wordt het orgel geheel ingepakt in plastic. Kerk en orgel zijn enkele maanden
buiten gebruik, en de diensten worden gehouden in het parochiehuis. Toch
wordt in deze periode het orgel wekelijks geïnspecteerd en bespeeld.
Helaas gaat het op het allerlaatste moment mis. Bij het weghalen van de
plastic "verpakking" valt alsnog een hoeveelheid gruis in de orgelkas,
waardoor lade en pijpwerk van het Hoofdwerk moesten worden gereinigd.
Na de feestelijkheden rondom het 100-jarig bestaan van de kerk in 1992
komt ook het 100 jarig bestaan van het orgel in zicht. Na inspectie
blijkt dat er toch wel enige werkzaamheden moeten worden verricht om het
instrument in net zo'n goede staat te krijgen als het kerkgebouw na zijn
opknapbeurt.
Met name de grote magazijnbalg en het bijbehorende windkanaal worden
grondig onder handen genomen. De balg wordt gedemonteerd en naar de werkplaats
van de firma Adema-Schreurs in Amsterdam gebracht. Na aldaar opnieuw te
zijn beleerd keert de balg als nieuw weer terug naar Pijnacker. De speeltafel
wordt opnieuw afgeregeld en voorzien van nieuwe stelmoertjes. Tevens worden
een aantal toetsen voorzien van nieuw ivoor. Hiervoor wordt gebruik gemaakt
van mammoetivoor, afkomstig uit Rusland.
Het meest in het oog lopend is echter de schoonmaak van het front,
waardoor het instrument ook voor het oog straalt.
Belangrijk voor het onderhoud zijn het aanbrengen van een vlondertje
binnen in de kas van het orgel en het uitneembaar maken van de vloer vlak
voor de speeltafel. Hierdoor is de mogelijkheid geschapen om tijdens het
stookseizoen een aantal emmers en bakken gevuld met water in het orgel
te plaatsen. Zodoende blijft de luchtvochtigheid op peil en blijft het
instrument ook in de winter goed bespeelbaar.
 |
Het orgel anno 1999
|