Direct achter de frontpijpen (gedeelten van de Prestant 8' en de Octaaf
4') bevinden zich de overige pijpen van het Hoofdwerk. Dit pijpwerk staat
symetrisch opgesteld op 2 laden:
1) rechts de C-lade met de tonen C, D, E, Fis, Gis, Ais, c......t/m
fis'''
2) links de Cis-lade met de tonen Cis, Dis, F, G, A, B, cis......t/m
g'''.
De grootste pijpen staan aan de buitenkant. Aan weerszijden hiervan,
achter de buitenste velden van het front, staat de houten Openbas van het
Pedaal, eveneens symmetrisch opgesteld.
Achter de Hoofdwerklade ligt de lade van het Reciet, het tweede klavier.
Het pijpwerk hiervan is chromatisch opgesteld, d.w.z. de grootste pijpen
staan rechts en de kleinste links. In tegenstelling tot het Hoofdwerk staan
hier de laagste registers achteraan, vervolgens komen de kleinere fluitenkoren,
het tongwerk en tenslotte op de in 1953 aangebrachte extra bank de Sexquialter.
Onder de lade van het Hoofdwerk lopen de abstracten (houten latjes)
van de tractuur . Ten behoeve van Hoofdwerk en Pedaal zijn twee wellenborden
geplaatst om de verschillen van volgorde en afstand van toetsen en pijpen
te overbruggen. (Een wellenbord bestaat uit een plaat met draaibare asjes
waarmee èn het ventiel van de lade èn de toets mee verbonden
zijn). De abstracten van het tweede klavier zijn rechtstreeks op de lade
aangesloten, zij waaieren als het ware uit van de breedte van het klavier
naar de veel grotere breedte van de lade.
Onder de lade van het Reciet ligt de regulateurbalg, welke de wind
ontvangt uit de grotere magazijnbalg. De regulateurbalg voorziet op zijn
beurt de windladen van wind.
Aangezien de orgelkas hiermee vol is, is de grote magazijnbalg buiten
de kas in de toren geplaatst, tegen de noordelijke zijmuur. Deze krijgt
z'n wind van een elektrische ventilator welke eveneens in de toren staat.
De magazijnbalg voorziet de regulateurbalg van de wind alsmede de grootste
twee octaven van de Bourdon 16. Deze zijn in 1953 geplaatst op een eigen
lade tegen de muur boven de magazijnbalg |
 |